WOORDDIARREE. BREEDSPRAAK VAN ITALIANEN

Sophie Kruijsdijk:
Het Italiaans is een prachtige taal; weinigen zullen het hier mee oneens zijn. Opera’s, liefdesverklaringen en boze mamma’s klinken gewoon beter in het Italiaans, punto.

Italianen vinden het ook heel erg fijn om naar hun eigen taal te luisteren en dan vooral wanneer ze deze zelf in de mond nemen. Hele monologen steken ze af, en of er naar geluisterd wordt of niet lijkt hen vaak niet eens zoveel uit te maken.



Gewoon lekker lullen om het lullen, soms zelfs zonder dat het echt ergens over gaat. Dezelfde boodschap wordt zo een drietal keer herhaald met de ene keer een formelere, dan weer een informelere benaming voor het onderwerp ter sprake. Deze breedsprakigheid lijkt er met de paplepel ingegoten te worden. Menig Italiaan heeft namelijk regelmatig last van een flinke woorddiarree aanval . Wij leren fietsen; Italianen leren eindeloos ouwehoeren. Het is dus vast ergens goed voor.


To the point
De uitdrukking fare bella figura (een goed figuur slaan) zegt een hoop over de Italiaanse cultuur. De buitenkant is namelijk van essentieel belang voor gli italiani. Hoe maak je nou een goede indruk? Door heel veel te praten en daarbij vooral allerlei moeilijke woorden te gebruiken. Hoe kun je ervoor zorgen dat je iemand niet op zijn teentjes trapt? Door ergens gigantisch omheen te lullen en tussen neus en lippen door, in een gecodeerde boodschap, aan te geven wat je eigenlijk wilt zeggen. Hoe kun je net doen alsof je heel wat in huis hebt, maar eigenlijk niks tastbaars hebt om het mee te bewijzen? Door een oorverdovend monoloog af te steken over alle mogelijkheden en ideeën die in principe neerkomen op gebakken lucht. Jij weet het, zij weten het, en toch gebeurt het aan de lopende band. Blijft curieus.

Sara, een studente van me, moest als huiswerkopdracht een film samenvatten in het Engels. Vol verbazing kwam ze de volgende les binnen en zei: ‘in het Engels had ik half zoveel woorden nodig als in het Italiaans!’ Tsja, dat heet to the point zijn. In het Italiaans kunnen zinnen gemakkelijk een hele paragraaf doorlopen, met oneindig veel komma’s, verwarrende haakjes en bijzondere bijzinnen. Het maakt het er niet makkelijker op als je deze op zichzelf al ingewikkelde taal onder de knie probeert te krijgen. Een ander fantastisch voorbeeld van veel woorden gebruiken en weinig zeggen is il colonello van het weerbericht. Het leger, of eigenlijk de luchtmacht, neemt hier namelijk de zware taak van het weer voorspellen op zich. Waarom mag Joost weten. In vol ornaat deelt il colonello ons uiterst serieus mede dat: ‘verstorende fenomenen zich meester zullen maken van het overgrote deel van het schiereiland waarin een lichte verhoging van de voelbare temperatuur net boven het gemiddelde zal uitkomen.’ Of zoiets. Geef mij Piet Paulusma maar; wél of geen barbecue-weer. Gewoon lekker duidelijk.

 

Moeilijke woorden voor simpele dingen
I carabinieri zijn ook sterren in het gebruiken van uiterst moeilijke woorden voor de meest simpele dingen. Bij een onderzoek naar vermiste personen, beschrijven ze de vooruitgang ervan met allerlei onnodig ingewikkelde woorden: ‘Wij hebben door niet nader verklaarbare oorzaken kunnen concluderen dat de laatste visuele bevestiging van aanwezigheid is gegeven door een persoon met een bloedband met het slachtoffer, waarvan het een vrouwelijk geslacht betreft, die tevens in dezelfde woning verbleef voor een ongelimiteerde periode en dezelfde verzorgers deelde.’ Oh, haar broer heeft haar voor het laatst gezien, zeg dat dan.

De krant lezen, het nieuws kijken en officiële documenten begrijpen zijn af en toe enorme opgaven. Het jargon dat er op een hoger niveau wordt gebruikt verschilt enorm van het gesproken, alledaagse Italiaans. Dit geeft me soms het gevoel dat ik echt geen bal van deze prachtige taal snap. Maar dat moet ik natuurlijk nooit laten blijken; het modderfiguur dat ik dan zou slaan! Een spraakwaterval in naadloos Italiaans, gecombineerd met wat indrukwekkende Engelse termen, gevolgd door het benoemen van mijn Nederlandse achtergrond, overgoten met een Florentijns accent en mijn reputatie als taalvirtuoos is weer gered. Immers, als het om het voorkomen van gezichtsverlies gaat is alles toegestaan. Zelfs het lichtelijk manipuleren van de werkelijkheid.


Sophie Kruijsdijk woont al ruim vijf jaar in Florence en werkt daar als life coach. Ze begeleidt Nederlanders die er van dromen om naar Italië te vertrekken en helpt hen om met beide benen op de grond deze droom te verwezenlijken.

Nieuws | 411
Dante Collegamenti
Dante italia blogspot italilibro corriere della sera rai tv