Niet iedereen die met vakantie is rond het Comomeer zal zich ervan
bewust zijn vlak bij een gebied te zitten met schitterende wijnen: het Valtellina d.w.z.
het dal van de rivier de Adda. In ons land zijn de wijnen uit deze streek vrijwel
onbekend. Dit komt omdat men zich in het verleden vooral heeft gericht op export naar
Zwitserland en op de lokale markt. Toch is dit jammer want de omstandigheden voor het
verbouwen van goede wijnen schrale grond, veel licht, warme dagen, koele nachten,
voldoende frisse lucht, hellende wijngaarden en een goed druivenras zijn allen
vervuld in het Valtellina. De wijngaarden liggen over een afstand van circa 40 km tussen
Ardenno en Tirano tegen de hellingen van de Retische Alpen. Wanneer u over de SS 38 in de
richting Sondrio rijdt, ziet u de wijngaarden links van u tegen de berghellingen. De
bergen geven een uitstekende bescherming tegen de koude noordenwind. De "breva",
de zachte luchtstroom die vanaf het Comomeer door de vallei waait, zorgt in het voorjaar
voor een goede verspreiding van de pollen en beperkt in het najaar de vorming van
meeldauw.
Geschiedenis
De eersten die hier wijn verbouwden waren de Liguriers, gevolgd door de Etrusken en de Romeinen. De wijnen worden dan ook door talrijke klassieke schrijvers bezongen: Plinius de Oudere, Cato, Strabo, Martial in zijn "Epigrammen", Columella in zijn "Agricoltura". Vergilius schrijft in de Georgica II 95-96 (36-29 v. Chr.): "Et quo te carmine dicam Rhaetica?" (en hoe, Raetica, zal ik jouw lof prijzen). Leonardo da Vinci schrijft in de Codex Atlanticus 214: "Voltolina, comè detto, valle circumdata dalti e terribili monti, fa vini potenti e assai" (Valtellina, zo wordt gezegd, dal omgeven door hoge en verschrikkelijke bergen, maakt wijnen die krachtig en sterk zijn).
In essentie is er weinig veranderd: nog steeds wordt de wijn, evenals
2000 jaar geleden, verbouwd op plekken die zijn uitgehouwen uit de rotsen, op terrassen
omgeven door muurtjes van los gestapelde stenen, met aarde die vanaf de bodem van de
vallei omhoog gedragen is in de "gerle", de gevlochten manden.
Nog steeds ook overheersen de rode wijnen. De kwaliteit is echter zeker veel
verbeterd. Vooral in de laatste tien jaar is men zich sterk gaan concentreren op
kwalitatief betere wijnen. Een belangrijke reden daarvoor is dat de wijnbouw op de steile
hellingen arbeidsintensief en dus relatief duur is. Men kan daardoor niet concureren met
de goedkope wijnen uit vele andere gebieden in Italië. Men beschikt echter over een druif
met zeer hoge potentie, t.w. de nebbiolo, dezelfde waarvan in Piemonte de Barolo,
Gattinara en de Barbaresco wijnen van worden gemaakt. Ze staat echter hier bekend onder de
lokale naam, chiavennasca. Ze levert een briljante, granaatkleurige wijn, met een geur van
viooltjes en een lange afdronk.
Kwaliteit
In augustus 1968 is het predikaat D.O.C. (Denominazione di Origine Controllata) ingevoerd en in 1998 het D.O.C.G.( Denominazione di Origine Controllata e Garantita).
De lager gelegen gebieden, hebben vruchtbare grond waarop de rode wijnen
worden verbouwd met minder struktuur, die jong worden gedronken. Deze wijnen hebben het
predicaat D.O.C. Valtellina (in Zwitserland en Duitsland bekend als Veltliner).
Ze worden gemaakt met 70% chiavennasca druiven en 30% andere lokale variëteiten (pinot
noir, merlot, rossola, pignola en brugnola). Ze moeten 0,5 jaar rijpen vanaf de 1e januari
volgend op de oogst, voor ze mogen worden verkocht . Een tweede, kleinere zone ligt tegen
de berghellingen en loopt van Castione tot Teglio. Deze wijnen worden beschermd door het
predikaat D.O.C.G. Valtellina Superiore. Ze moeten tenminste 90% chiavennasca
druiven bevatten en maximaal 10% van andere Valtellina druiven, ze moeten bovendien
minimaal 2 jaar verouderen, waarvan tenminste 1 jaar in houten vaten. De DOCG wijnen
hebben een hoger alcoholgehalte t.w. tenminste 12% tegen 11% voor de DOC. Ook is de
maximale opbrengst per hectare kleiner namelijk maximaal 5600 liter tegen 7000 liter voor
de DOC wijnen. Binnen de Valtellina Superiore onderscheidt men vier geografische subzones:
Grumello, Inferno, Sassella en Valgella. De verschillen tussen
deze vier wijnen zijn betrekkelijk gering. Sassella heeft het grootste aantal aanhangers
en is de rijkste, langst levende wijn van de groep. Ze bevat naast 95% chiavennasca, 5%
spignola en rossola druiven. De Grumello, krachtig en warm, lijkt er veel op maar heeft
naast de spignola en rossola vooral wat brugnola met zijn typische amandelgeur. De
Valgella is de meest frisse en levendigste van de vier. De producent Nino Negri verkoopt
de Valgella onder de eigen naam Fracia. De Inferno kan zeer mooi gebalanceerd zijn
met een sterke geur van rozen, viooltjes en bessen. Ieder van deze wijnen kent zijn eigen
enthousiasten. De Valtellina wijnen die tenminste 3 jaar gerijpt zijn, waarvan tenminste 1
jaar op hout, mogen de specificatie Riserva voeren. Buiten het beschermde DOC/DOCG
gebied worden ook wijnen verbouwd, deze worden verkocht onder het predikaat IGT Terrazze
Retiche.
Sforzato
Een bijzonder type wijn uit het Valtellina is de DOC Sfurzàt of Sforzato. Men beschouwt die algemeen als de topwijn van het gebied. Ze wordt in kleine hoeveelheden gemaakt van uitsluitend chiavennasca druiven die men na de oogst in kistjes tot eind januari laat indrogen. Daarbij verliezen de druiven zon 40% gewicht en gaat de concentratie natuurlijke suikers omhoog. De zuurgraad neemt af en er worden aromatische substanties gevormd. De wijn moet 2 jaar verouderen en is diep granaatkleurig, met een volle smaak, warm en met een zware geur die lang blijft. Het alcohol percentage is 14-15%. Zoals alle Valtellina wijnen duurt het lang eer ze volwassen is, de riservas en de Sforzato kunnen makkelijk ouder dan 10 jaar worden. Dat deze topwijn slechts het predikaat DOC heeft, komt doordat de wetgeving DOCG niet toelaat door de afwijkende productie wijze van deze wijn. Hoewel rode wijnen overheersen, maken de meeste producenten ook wel een witte wijn uit de dezelfde druivensoorten als voor de rode wijnen. De schillen worden daartoe zo snel mogelijk verwijderd van de most, zodat de resulterende wijn weinig of geen kleur heeft.
De Valtellinese keuken
De rode wijnen zijn allen karaktervolle wijnen die zachter worden bij langer bewaren. Ze komen het best tot hun recht bij een maaltijd met rood vlees en wild. Het is ook zeer de moeite waard om ze te proberen bij producten uit de typisch Valtellinese keuken: voorgerechten als de bresaola (gerookte ham) of violini di capra (stukjes gedroogde geitenham) en hoofdgerechten als de pizzocheri (een lintmacaroni van een donkere graansoort), of bij de vele kaassoorten uit de streek.
De
passimento, het drogen van de druiven voor de Sforzato wijn
Producenten
Nino Negri, die in 1897 de gelijknamige wijnmakerij vestigde, is een van de grote voorvechters geweest voor kwaliteitsverbetering. Andere goede producenten zijn Nera, Rainoldi, de Fratelli Triacca, Sertoli Salis, Sandro Fay, Mamete Prevostini, Pelizatti Perego, Bettini. Nino Negri heeft ook in 1988 het initiatief genomen voor de Wijnroute, een tocht die niet alleen door de wijngaarden van de Valtellina Superiore leidt, maar ook een goede gelegenheid biedt voor een bezoek aan de wijnkelders van Negri, Nera, Rainoldi en Balgera in Chiuro, of Fojanni, Leusciati, Marsetti, Nobili Silvano en Pelizatti Perego in Sondrio dan wel Pola, Bettini, Sertoli Salis of Triacca in Teglio of Tirano. Mocht u een keer naar Chiavenna gaan dan kunt u ook een km vóór de stad, in Mese, Mamete Prevostini bezoeken. Deze heeft zijn wijngaard wel in het Valtellina maar de kelders zijn in dit dorp. Bovendien kunt u er genieten van echte lokale gerechten in zijn Trattoria Crotasc.

De wijnroute. Voor deze route kunt u bijvoorbeeld enkele km voorbij Morbegno links af slaan naar Ardenno en vandaar de weg door de wijngaarden volgen. Als u geen haast heeft, is deze panoramische route ook veel interessanter dan de vrij saaie en drukke SS38 beneden door het dal. U komt bovendien door een aantal leuke dorpen met veel bezienswaardigheden.
Ruud Metselaar
Eindhoven, December 2001